Humus- en fulvinezuren: wat doen ze en waar past MCT erin?
· Maarten Casteleijn
Gezonde groei hangt niet alleen af van de voedingsstoffen die je geeft. Het gaat er ook om hoe goed de plant ze kan opnemen en benutten. Humus- en fulvinezuren kunnen de wortelontwikkeling en de beschikbaarheid van voedingsstoffen beïnvloeden. In mijn werk als specialist plantweerbaarheid zag ik vooral bij de wortels interessante reacties. Die ervaringen brachten me ertoe ook Micro Carbon Technology (MCT) te onderzoeken.
Wat doen humus- en fulvinezuren?
Humus- en fulvinezuren ontstaan wanneer organisch materiaal wordt afgebroken en verder wordt omgezet, onder meer door micro-organismen. Ze behoren tot de humusstoffen: een complexe groep organische verbindingen die in bodem en compost voorkomen. In de tuinbouw worden ook geconcentreerde producten gebruikt.
Humuszuren bevatten chemische groepen die kunnen reageren met voedingselementen zoals ijzer, calcium en magnesium. Zo beïnvloeden ze hoe die elementen in de wortelzone worden vastgehouden en beschikbaar blijven. Fulvinezuren bestaan doorgaans uit kleinere, beter oplosbare fracties die eveneens met mineralen kunnen reageren. Afhankelijk van hun samenstelling kunnen humusstoffen ook de activiteit van micro-organismen en fysiologische processen in de plant beïnvloeden.
Onderzoek laat zien dat bepaalde humuszuurpreparaten de vorming van zijwortels en wortelharen stimuleren. Daarbij spelen onder meer auxinegerelateerde signaalprocessen en de activiteit van protonpompen een rol, zoals beschreven door Canellas (2015) en Shah (2018). Een meta-analyse van 111 publicaties uit 2026 vond bij verschillende biostimulanten gemiddeld positieve effecten op meerdere kenmerken van het wortelstelsel. Humuszuren lieten daarbij relatief consistente resultaten zien. Het effect blijft afhankelijk van het product, het gewas en de teeltomstandigheden.
Waar past Micro Carbon Technology in?
MCT maakt gebruik van bewerkte, relatief kleine koolstofrijke organische fracties. Hun samenstelling kan de oplosbaarheid en de interactie met minerale voedingsstoffen beïnvloeden. Maar dat de fracties kleiner zijn, bewijst op zichzelf niet dat voedingsstoffen sneller of efficiënter door de plant worden opgenomen.
Deze afbeelding vergelijkt de fracties schematisch. Ze toont geen gemeten molecuulafmetingen of opname van voedingsstoffen door planten.
Een Lisianthusproef: ongeveer 30% meer droge stof
Bij een Lisianthusteler werd de grond na iedere teeltronde gestoomd vanwege autotoxiciteit. Zowel het met MCT behandelde gewas als de onbehandelde controle groeide in gestoomde grond en kreeg dezelfde bemesting. De toevoeging van MCT was het enige verschil tussen de behandelingen. We zagen bij het met MCT behandelde gewas ongeveer 30% meer droge stof dan bij de controle.
Door het stomen kunnen voedingsstoffen uit de bestaande bodemvoorraad beter beschikbaar komen, naast de meststoffen die tijdens de teelt worden toegediend. Dat gold echter voor beide behandelingen en verklaart het verschil tussen de groepen dus niet. Omdat de toevoeging van MCT het enige verschil was, kan de hogere drogestofproductie in deze proef aan de MCT-behandeling worden toegeschreven. Dit wijst op een betere opname of benutting van voedingsstoffen uit de bemesting en de bodemvoorraad, al zijn die processen niet afzonderlijk gemeten.
Bladproeven: compactere planten bij beperkte kweekhoogte
In afzonderlijke groeiregulatieproeven met bladtoepassingen gebruikten we producten op basis van MCT samen met calcium en silicium. De behandelde planten bleven korter en vertoonden minder strekking. Voor thuistelers die onder lampen werken en weinig hoogte beschikbaar hebben, is zo’n compactere groei een praktisch voordeel.
In de sierteelt zijn minder strekking en het drogestofgehalte van het plantenweefsel van belang voor gewaskwaliteit en houdbaarheid. Of deze combinatiebehandeling ook het drogestofpercentage of het THC-gehalte bij cannabis verandert, is niet vastgesteld. In de proeven is bovendien de afzonderlijke bijdrage van MCT, calcium en silicium niet bepaald: de waargenomen groeireactie hoort bij de combinatiebehandeling.
Meer over de verschillende toedieningsroutes lees je in het artikel over bladvoeding en voeding via de wortelzone.
Humus- en fulvinezuren, Bacillus en MCT: mogelijke aanvulling op elkaar
Humus- en fulvinezuren hoeven geen alternatief voor MCT te zijn. In onderzoeken naar de combinatie van humusstoffen met plantengroeibevorderende bacteriën, waaronder Bacillus, zijn in bepaalde teeltsystemen voordelen voor wortelontwikkeling of nutriëntenbenutting gevonden (da Silva, 2021).
Micro Matrix is volgens een vergelijkbaar formulatieprincipe samengesteld: het combineert verschillende Bacillus-stammen met organische bestanddelen, waaronder fulvine- en humusfracties volgens de voor dit project aangeleverde productsamenstelling. Resultaten van andere formuleringen bewijzen niet dat deze specifieke tabletten dezelfde werking hebben of dat de bestanddelen elkaar versterken.
Voor thuistelers is een goede wortelontwikkeling vanaf het begin belangrijk, zeker bij autoflowers, waarvan de vegetatieve groeifase na een trage start niet zomaar kan worden verlengd. Een efficiëntere benutting van voedingsstoffen kan het ook mogelijk maken om met een lagere EC van de voedingsoplossing te telen wanneer een te hoog zoutgehalte de wateropname beperkt. De vraag is of het gewas bij die lagere EC voldoende voedingsstoffen opneemt en goed blijft groeien; alleen een product toevoegen bewijst dat niet. Lees ook het artikel over EC, waterbeschikbaarheid en nutriëntenopname.
Bronnen
Canellas et al. (2015). Humic and fulvic acids as biostimulants in horticulture. Original reference PDF. DOI: 10.1016/j.scienta.2015.09.013.
Shah et al. (2018). Humic Substances: Determining Potential Molecular Regulatory Processes in Plants. Original reference PDF. DOI: 10.3389/fpls.2018.00263.
Wang, Y. et al. (2026). Biostimulant Applications Improve Crop Root Morphology in Agricultural Systems: A Global Meta-Analysis. Agronomy, 16(7), 743. DOI: 10.3390/agronomy16070743.
Salehi, H., Savy, D., Rao, M.A. & Lucini, L. (2026). Humic substances for abiotic stress resilience: current knowledge and perspectives. Plant Physiology and Biochemistry, 237, 111490. DOI: 10.1016/j.plaphy.2026.111490.
Gollenbeek, L. & van der Weide, R. (2020). Prospects for humic acid products from digestate in the Netherlands: quickscan. Wageningen Plant Research, WPR-867. DOI: 10.18174/541280.
da Silva, M. S. R. A. et al. (2021). Humic Substances in Combination With Plant Growth-Promoting Bacteria as an Alternative for Sustainable Agriculture. Frontiers in Microbiology, 12, 719653. DOI: 10.3389/fmicb.2021.719653.
Hofland-Zijlstra, J. (2023). Wat is de rol van humus- en fulvinezuren in biostimulanten? Vakblad Onder Glas, 26 januari 2023. Artikel.
